De kwaliteit van het zorgproces rond de individuele client

Bouwsteen 1

Het Dolfijnenhuis streeft ernaar dat de deelnemers gezien en gekend worden: dat de begeleiders de persoonlijke mogelijkheden en beperkingen van de deelnemer uit hun team kennen en weten wat belangrijk is voor hem of haar.

De kwaliteit van het zorgproces wordt gewaarborgd door een actueel zorgplan te hebben en zo veel mogelijk overleg te bevorderen tussen deelnemers, hun naasten, begeleiders en behandelaren. Het Dolfijnenhuis biedt persoonsgerichte zorg door systematisch te werken met het zorgplan. Het zorgplan wordt twee keer per jaar bijgesteld, indien nodig of gewenst gebeurt dit vaker. Het zorgplan wordt vastgelegd in het deel- nemer registratiesysteem ONS van Nedap. Het is mogelijk voor de deelnemer om via het systeem (Caren) ook zelf zijn zorgplan in te zien en mee te praten. Het zorg- proces is een dynamisch proces.

Persoonsgerichte zorg

Vaak hebben deelnemers hulp nodig om beslissingen te nemen die het beste bij hen passen. We praten niet over, maar mét deelnemers. De kernwaarde van het Dolfijnenhuis is dat de deelnemer te allen tijde centraal staat.

De deelnemer is altijd onderdeel van zijn/haar eigen zorgplan. Tijdens de intake benoemt de deelnemer, met eventuele andere aanwezigen uit zijn of haar netwerk, de ondersteuningsbehoeften. Vervolgens formuleren we samen de doelen.

Maandelijks worden de doelen met de deelnemer besproken zodat de deelnemer weet wat er in het plan staat. Tijdens deze gesprekken heeft de deelnemer de gelegenheid om aan te geven of de acties bij het doel nog passend zijn of niet.
In overleg met de persoonlijk begeleider en coördinerend begeleider kan besloten worden om een actie bij een doel of een doel bij te stellen. Het bijstellen van een doel gebeurt bij voorkeur tijdens de evaluatie van het zorgplan. Op de doelen worden de rapportages geschreven.

Dolfijnenhuis gebruikt, indien dit wenselijk is, het INVRA-meetinstrument (Inventarisatie Van Redzaamheid Aspecten) om zo inzicht te krijgen waar de ondersteuningsbehoefte ligt. De INVRA kan ingezet worden op wonen, arbeid en ouderschap. De AVBB gebruikt om de ondersteuningsbehoefte in kaart te brengen.

Bij het Dolfijnenhuis worden de deelnemers gezien en gehoord. De medewerkers kennen de deelnemers en hun achtergronden. Ook hebben zij weet van het sociale netwerk waar de deelnemers van uitmaken.

Zorgplan

In de verschillende domeinen die in het zorgplan zijn opgenomen kunnen doelen gescoord worden, zoals lichamelijk welzijn, psychisch welzijn, sociale activiteiten, praktische bezigheden (zoals daginvulling, voeding en huishouden) en ook huisvesting. Een beeldvorming wordt samen met de deelnemer gemaakt waarbij ook informatie uit oude dossiers kan worden gehaald. Er wordt genoteerd of een deelnemer wel of geen medicatie gebruikt. Als de deelnemer wel medicatie gebruikt wordt genoteerd of hij of zij deze in eigen beheer heeft. In dat geval wordt er een BEM (Beheer Eigen Medicatie) formulier ingevuld. Het actuele medicatieoverzicht vanuit de apotheek wordt toe- gevoegd in documenten.
In het ONS systeem worden de contacten van de deelnemer vermeld. De afspraken van de deelnemer worden in de agenda van de deelnemer gezet. Ook wordt de risico-inventarisatie ingevuld. In het tabblad deelnemer verhaal is ruimte om te vermelden hoe de deelnemer bejegend wil worden.
Het Dolfijnenhuis past geen vrijheidsbeperkende maatregelen toe. Er zijn huisregels op de groep en er kunnen persoonlijke afspraken gemaakt worden. Sancties kunnen van toepassing zijn indien afspraken niet nagekomen worden.

Melding Incident deelnemer (MIC)

Deelnemers weten dat er een MIC wordt ingevuld als daar aanleiding toe is. De MIC wordt altijd met de deelnemer besproken. Bij drie MIC-meldingen in een jaar vindt er een gesprek plaats met alle begeleiders van het team waar de betrokken deelnemer bij hoort. Het casusteam krijgt de input vanuit het team en bespreekt de MIC en betrekt waar mogelijk het netwerk. Er worden dan verdere afspraken gemaakt om een nieuwe melding te voorkomen.

Waar mensen werken gaat het weleens mis in gedrag of medicatie inname. Hierbij wordt de melding van (bijna) incidenten gevolgd (MIC). Ook bevindingen die nog geen incident zijn te noemen worden geregistreerd. Het Dolfijnenhuis heeft daar- door relatief veel MIC-meldingen. Er wordt van alles gedaan om situaties in kaart te brengen, te analyseren en er van te leren. Deze MIC-meldingen worden opgevolgd door het casusteam van het Dolfijnenhuis. Zij inventariseert, analyseert en verwerkt de meldingen en adviseert de directie. Een MIC-melding wordt binnen 48 uur op naam van betrokken deelnemer vastgelegd in het systeem. Vervolgens bespreekt de coördinerend begeleider de MIC in het team. De output wordt besproken in het casusteam. Indien nodig wordt de situatie met betrokken begeleiders geëvalueerd in een teamreflectie. De adviezen aan de directie kunnen leiden tot aanpassing van beleid. Ten slotte worden alle MIC-meldingen (zonder persoonlijke verwijzingen) gedeeld met de NBEC. De koepelorganisatie verzamelt alle MIC-meldingen van de leden, bespreekt deze in een commissie en brengt verslag uit. Hierdoor leert Dolfijnenhuis niet alleen van haar eigen ervaringen, maar ook van ervaringen van collega zorgaanbieders. Er wordt elke drie maanden een MIC-analyse gemaakt door het casusteam.

Verbeterpunten

Op 20 september 2022 heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een onaangekondigd bezoek aan het Dolfijnenhuis gebracht aan de Oudestraat 72 en 80 (hierna: Oudestraat) in Kampen. Dit was het tweede inspectiebezoek van de IGJ. In 2016 en 2018 heeft de GGD een bezoek aan het Dolfijnenhuis gebracht, waar rapporten van gemaakt zijn. De aanbevelingen die gedaan zijn, zijn verbeterd. Ondanks dat het rapport enkele aanbevelingen en verbeteringen bevatte, waren we content met het resultaat.

De inspecteurs toetsen of de zorgaanbieder de zorg geeft zoals is voorgeschreven in wetten, professionele standaarden, veldnormen en in het veld vastgestelde kwaliteits- kaders. De inspectie gebruikt hiervoor een toetsingskader. Dit toetsingskader staat op de website van de inspectie (toetsingskader).

De inspecteurs verzamelen informatie door middel van observaties, een rondleiding, het inzien van documenten en gesprekken. Ze toetsen de thema’s persoonsgerichte zorg, deskundige zorgverlener, sturen op kwaliteit en veiligheid en medicatieveiligheid. De begrippen die de inspectie gebruikt in dit rapport, zijn vastgelegd in een verkla- rende woordenlijst.

Klachten

De klachtenprocedure van het Dolfijnenhuis hangt bij de locaties. Deze hebben de deelnemers ook gekregen en wordt in de maandvergadering besproken. De bewoners  weten dat zij een klacht eerst aan een begeleider uit het team moeten melden of aan de thuisdienst. Ook kunnen zij te allen tijde terecht bij de vertrouwenspersoon van het Dolfijnenhuis. Als blijkt dat dit niet helpt kan de deelnemer terecht bij de gedragsdes- kundige. Mocht dit ook niet tot tevredenheid leiden, is de volgende stap de directie. Mocht dit allemaal niet helpen, dan is de laatste stap de route naar het klachten- portaal zorg.

Diverse meldingen met betrekking tot overlast. DH heeft een overlastfunctionaris aangesteld, die een preventieve rol heeft rondom overlast. De Gemeente Kampen heeft een samenwerking met het DH om de overlastmeldingen te reduceren. Buurt- bewoners zijn uitgenodigd om op locatie te komen en er zijn gesprekken gevoerd met de overlastfunctionaris van het Dolfijnenhuis en de gemeente Kampen. Elke eerste maandag van de maand hebben de buren van het Dolfijnenhuis de moge- lijkheid om bij Kamper Genot koffie te komen drinken.

Op Eigen Benen Methodiek

De methode ‘Op Eigen Benen’ (OEB) is een competentieversterkende methode waarbij verschillende methodieken en modellen worden gebruikt om de hulpverlener eclectisch te laten werken. Methoden die hierin voorkomen zijn: Feuerstein methode, eigen initiatief model, competentiemodel, model community support. Hierdoor is de methode geschikt voor alle deelnemers van het Dolfijnenhuis. De methode richt zich op het vergroten van het netwerk en op zo veel mogelijk op eigen kracht actie te ondernemen. Tijdens het begeleiden van een deelnemer gebruikt de hulpverlener het volgende ezelsbruggetje uit de OEB- methode (4x O):
Niet Oplossen – Niet Overnemen – Geen Opdracht geven – Niet Oordelen.

Met de aanpak kan de opvallende groei van competenties en eigenwaarde gesig- naleerd en gemonitord worden. In dit programma wordt gewerkt aan de vraag: Wat heeft een mens nodig om een fijn en gelukkig leven te leiden? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat voor een zinvol en gelukkig bestaan bij iedereen voldaan moet worden aan de volgende drie basisbehoeften:

  1. Autonomie en zelfsturing, eigen regie voeren, zelf beslissingen nemen over je eigen leven
  2. Talent en competentie-ontwikkeling, datgene doen waar je goed in bent, wat je in aanleg hebt meegekregen
  3. Zich verbonden voelen met anderen. Erbij horen en van betekenis zijn voor anderen

In 2022 zijn de medewerkers, die de cursus nog niet hadden gevolgd, getraind in de methodiek ‘Op Eigen Benen’. De deelnemer krijgt ruimte in het gebied van eigen regie: hoe willen zij leven? Deelnemers wonen in een naar eigen smaak ingerichte woning, hebben invloed op de inrichting van de thuisdienst en mogen meedenken over recreatie en activiteiten. Ieder kwartaal is er een intervisie/reflectie middag voor de medewerkers.

Eigen regie deelnemers

De begeleiding richt zich op het ervaren van het ‘gewone leven’. Hierbij ligt de focus op gezondheid, voeding, persoonlijke verzorging, welzijn, contacten, daginvulling, huishouden en de afspraken die geweest zijn en nog komen. De begeleiders van het Dolfijnenhuis staan niet boven maar naast de deelnemer. Zij zijn altijd op zoek naar een evenwaardige bejegening. Als een deelnemer niet-passend gedrag laat zien wordt er door de begeleiding aandacht besteed aan wat maakt dat dit gedrag naar boven komt. Zo wordt er anders gekeken naar probleemgedrag.

Het afgelopen jaar is duidelijk merkbaar dat de omschakeling van ‘zorgen voor’ deelnemers verandert in ‘zorgen dat’ deelnemers zelfstandig, naar hun eigen wensen en in eigen regie kunnen leven. Eigen regie wordt gezien als het bepalen van het eigen leven in zowel kleine keuzes als in grote beslissingen. Het gaat hier niet alleen over grote thema’s zoals wonen, werken en behandeling, maar ook over de dagelijkse dingen zoals dagritme, bejegening, eten en drinken en het uitzoeken van je eigen kleding. Begeleiders zoeken naar dat wat deelnemers gelukkig maakt en hoe zij de kwaliteit van hun leven kunnen verhogen. Dat is de rode draad in het professionele werk. En hoewel medewerkers niet alles kunnen regelen wat deel- nemers zouden willen, proberen zij de wensen zo dicht mogelijk te benaderen, in overleg met deelnemer en diens familie. Soms helpen naasten de zelfredzaamheid te vergroten, er wordt dan gesproken van ‘samenredzaamheid’.

Hoe ver de eigen regie van deelnemers kan gaan, wisselt per persoon. Het vraagt van begeleiders om continu te reflecteren op de risico’s voor deelnemers. Het vraagt ook reflectie op de eigen professionele en persoonlijke normen en waarden ten opzichte van die van deelnemers. Tijdens de diverse overleggen en maandelijkse intervisie/ reflectie middagen wordt hier aandacht aan besteed.

Een belangrijke reflectie is erop alert blijven dat ‘eigen regie’ geen platgetreden, uitgeholde term wordt. Eigen regie vergt het vermogen sturing te geven aan je leven en te weten wat je wilt. Niet iedereen beschikt in dezelfde mate over dit vermogen. Naarmate mensen hier minder over beschikken, komt de regie meer in handen van anderen terecht. Eigen regie realiseren bij mensen met een beperking betekent hen op maat helpen aan vermogen om sturing te geven aan hun leven.

Daginvulling

Het Dolfijnenhuis biedt meerdere activiteiten aan om als daginvulling te doen. Bij Buitensingel 1, Oudestraat 72 en 80 vindt de begeleiding op een vaste locatie plaats. De vaste dagen en tijden zijn te zien op het schema op het bord. Het Dolfijnenhuis organiseert ook activiteiten op andere locaties, zoals zwemmen, yoga, darten, spor- ten, camping bezoeken, wandelen, fietsen, bingo, karaoke en nog meer. Het aanbod van de dagbesteding is terug te lezen op de flyer ‘Activiteiten’.
Elke eerste maandag van de maand is er een koffiemoment voor familie of andere naasten. De deelnemers kunnen hun gasten uitnodigen in het Kamper Genot. De begeleider besteedt aandacht aan het onderhouden van de relatie met naasten.

Een zinvolle daginvulling hebben, is belangrijk. Er wordt naar gestreefd dat iedere deelnemer minimaal 6 blokken in de week een daginvulling heeft. Welke invulling de deelnemer kiest, is persoonlijk en dient bij de deelnemer te passen. De dagindeling wordt ingevuld op basis van de talenten van de deelnemer zodat deze in de eigen kracht kan groeien. Medewerkers zijn geschoold op Inventarisatie Van Redzaamheid Aspecten (INVRA). Hiermee wordt het nog meer mogelijk om deelnemers in hun kracht te zetten op het gebied van dagbesteding.

Op werkdagen is er dagbesteding bij Snoepwinkel Kamper Genot van 10:00 tot 16:00 uur. De Begeleiding groep blokken voor dagactiviteiten zijn van 10:00 tot 12:00 uur en van 13.00 tot 15.00 uur van maandag tot en met vrijdag. Daarnaast zijn er activiteiten op vaste dagen en tijden, zoals darten, yoga en zwemmen.